© Taal & TekeDIT IS 3 AUGUSTUS n               TIJDSBEELD  1200 - 1900     (in aanleg)

DIT
 

CULTUUR 2

BASISTEKSTEN  / Middeleeuwen / 18e eew
 
 


 
 
          Dit onderdeel bevat een - zeer globaal -
overzicht van de Nederlandse cultuurgeschiedenis:

    

          1.  Inleiding
   
          2. 
1100 - 1500 :   Middeleeuwen  
                          
          3.  
1500 - 1600 :   Overgangstijd       

          4.  
1600 - 1700 :   Gouden Eeuw        

          5.  
1700 - 1800 :   Classicisme         

          6.
 1800 - 1900 :   Romantiek           


         Ruim zestig auteurs en meer dan tweehonderdvijftig titels!

 
                                                   
 
     

   
 

1.   INLEIDING


De oudste bewaard gebleven Nederlandstalige literaire teksten dateren uit het eind
van de 12e eeuw. Maar ook lang voor die tijd moet zowel een schriftelijk als mondeling
overgeleverde verhalencultuur bestaan hebben: sprookjes, fabels, liederen e.d.  Deze
verhalen zijn voor het grootste deel verloren gegaan, omdat ze niet op papier zijn gezet.
Slechts een zeer klein deel is bewaard gebleven. En dan dikwijls nog onvolledig.


__________________________________________________________________________________

2.  1150 - 1500 :   Middeleeuwen  

__________________________________________________________________________________

3.  
1500 - 1600 :   Overgangstijd
 

__________________________________________________________________________________

4.  
1600 - 1700 :   Gouden Eeuw  
   

__________________________________________________________________________________

5.  
1700 - 1800 :   Classicisme
  

__________________________________________________________________________________

6.
 1800 - 1900 :   Romantiek 
     

__________________________________________________________________________________

__________________________________________________________________________________

__________________________________________________________________________________


           

De belangrijkste schrijvers uit deze periode zijn:


Aafjes, Bertus (12-5-1914  /  22-4-1993)    [ook onder pseudoniem Jan Oranje]
Aafjes volgde een priesteropleiding en studeerde archeologie in Leuven en Rome.
In de Tweede Wereldoorlog zat hij ondergedoken in Friesland. Na de oorlog
maakte hij vele verre reizen. Hij schreef poëzie, proza en toneel.

Poëzie, o.a.:
Het gevecht met de muze (1940), Een voetreis naar Rome (1946),
Het zanduur van de dood (1941), Een laars vol rozen (1942), Per slot van rekening (1944),
Elf sonnetten op Friesland (1945), Verzamelde gedichten (1947), Het Koningsgraf (1948),
In den beginne (1949). de lyrische schoolmeester ( (1949), De reis van Sinte Brandaan (1950),
De karavaan (1953), Het gevecht met de muze (1974).

   
Proza, 
(novellen, kritieken, reisboeken) o.a.: De zeemeerminnen (1946), Circus (1949),
Arenlezer achter de maaiers (1952), Morgen bloeien de abrikozen (1954), Logboek voor Dolle Dinsdag (1956)
,
De wereld is een wonder(1959), Goden en Eilanden (1960), IItaliaans schetsboek (1960), Dag van gramschap in
Pompeji (1960), In de schone Helena (1962), de italiaanse postkots ( 1962), De fazant op de klokkentoren (1963),
Dooltocht van een Griekse held (1965), De denker in het riet (1968), Een ladder tegen een wolk (1969), De rechter
onder de magnolia (1969), De koelte van een pauweveer (1971), Mijn ogen staan scheef (1971), Een lampion voor
een blinde (1973), De vertrapte pioenroos (1973), De laatste faun (1974), Limburg, dierbaar oord (1976), in de
Nederlamden zingt de tijd (1976), Het rozewonder (1979).

Daarnaast publiceerde hij een aantal vertalingen van klassieken uit de wereldliteratuur en dertien kinderboeken.

Aalberse, Han B.  (20-12-1917 /12-1- 1983)  [pseudoniem van Johan van Keulen]
Hij schreef en de periode 1950 / 1970 een aantal erotische romans waarvoor hij  juridisch vervolgd werd.
Bekendste titel: De liefde van Bob en Daphne (1955).

Abbing, Justine
Pseudoniem van Carry van Bruggen, zie aldaa

Abma, Gerben (29-3-1932 / ? )  
Friese prozaschrijverHij schreef o.a. de romans: De utfanhuzer (1962), De gersridders (1969), De nacht fan een leechrinner (1973)

Achterberg, Gerrit
(20-5-1905 / 17-1-1962) ,
Achterberg komt uit een streng calvinistische boerenfamilie. Hij ging naar de kweekschool in Utrecht. Hij lijdt
ernstig  onder de vooroorlogse crisisjaren en om de dood van een geliefde vrouw. Hij wordt enige tijd opgenomen
in een psychiatrische inrichting. In zijn werk is de dood van een geliefde een steeds terugkerend thema.
Achterberg is een van de belangrijkste dichters  uit onzee letterkunde van deze tijd.
Hij schreef o.a.:  Afvaart (1931), Eiland der ziel (1939), Dead end (1940), Osmose (1941), Thebe (1941),Huis (1943),
Reiziger doet Golgotha (1943), Hoonte (1949), Sintels (1944), Limiet (1946), Radar (1946), Sphinx (1946), Energie (1946), Mascotte (1950), Autodroom (1954), Blauwzuur (1969)

Adama van Scheltema , Carel Steven (26-2-1877 / 6-5-1924
Adama van Scheltema was in de eerste decennia van de 20e eeuw een zeer populaire socialistische volksdichter.
Hij schreef o.a. de bunsels Een weg van verzen (1900), Eenzame liedjes (1906), Uit stilte en strijd (1909),
Zingende stemmen (1916), Verzamelde gedichten (1962)


Adema, Hessel (13-8-1944)  
Hessel Adema werd geboren in Leeuwarden. Hij studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde
en Geschiedenis aan de UVA (Universiteit van Amsterdam). Hierna gaf hij ruim 10 jaar les aan
VWO- en HBO-scholen  in IJmuiden, Sneek en Bolsward.  Vervolgens was hij eveneens ca. 10 jaar
boekhandelaar  in Groningen en Leeuwarden.
Sinds 1990  is hij bewerker, vertaler en uitgever van literair-historische tekstuitgaven.
Hij publiceerde ruim 30 verschillende titels.
Zie voor meer informatie: www.taal-teken.nl

Aken, Piet van (20-11-1948) België

Akkerman, Paulus (13-6-1908)

Alberts, Albert (23-8-1911)

Aletrino, Arnold (1-4-1858 / 17-1 1916

Alphen, Hieronymus van (1746 - 1803)
Van Alphen is vooral bekend geworden door zijn Kleine Gedigten voor kinderen, waarin
hij enkele generaties ouders een steun is geweest bij de opvoeding van hun kinderen.
Tot ca. 1850 (dus bijna 50 jaar na zijn dood) bleven deze gedichten zeer popul


Ammers-Kuller (13-8-1884 / 23-1-1966)

Andreus, Hans (21-2-1926 / 9-6-1977

Andriesse, Peter (5-7-1941)

Arends, Jan (13-2-1925)

Arion, Frank Martinus (17-12-1936)

Armando [= Herman Dirk van Dodeweerd] (18-9-1929 /  )

Asscher-Pinkhof, Clara (25-10-1896 /   )

Auwera, Fernand  BELGIE

Bakker, Piet

Bakx, Pieter / pseudoniem van nton van Duinkerken

Balkt, Herman Hendrik ter

Barnard, W.

Basart, R.

Bastet F.L.

Bastiaanse, Frans

Battus/ pseudoniem van Hogo Brandt Corstius

Beek

Beenen Voeten





Beets, Nicolaas  (1814 - 1903)
Beets studeerde theologie in Leiden, maar hij was vooral gericht op de literatuur. Hij werd
een van de bekendste en populairste schrijvers uit onze letterkunde. In zijn jonge jaren
dweepte hij met de Engelse romantische schrijver Byron. Later zou hij de beroemdste
volksschrijver van zijn tijd worden met  de Camera Obscura (1839). Vooral De familie Stastok,
De familie Kegge en Een oude kennis behoren tot de bekendste verhalen uit de Nederlandse
literatuur. Zijn vele gedichten zijn niet altijd van even hoge kwaliteit.

Belcampo

Bellamy, Jacobus  (1757 - 1786)
Bellamy was aanvankelijk een eenvoudige bakkersknecht, maar ging na zij zijn 22e jaar
in Utrecht studeren. Zijn bekendste werk: Gezangen mijner jeugd (1782), en de vertelling Roosje.
In 1784 begon hij met enekele vrienden een tijdschrift uit te geven. Door zijn vroege dood
heeft dit echter geen grote rol  gespeeld in de intwikkeling van onze letterkunde.


Berge, H.C.

Bergh, Herman van den

Bernlef, Marsman

Besten, Ad den

Beurskens, Huub

Biesheuvel, Jacobus Martinus Arend

Bilderdijk, Willem (1756-1831)
Bilderdijk leidde een veelbewogen leven. Hij werd geboren in Ansterdam en studeerde in Leiden.
Hij weigerde in 1795 trouw aan de nieuwe regering te zweren en leefde daarna 12 jaar als balling in
Duitsland en Engeland.
Bilderdijk beoefende vrijwel alle literaire genres. We noemen hier: de ballade Graaf Floris de Vierde,
de lange gedichten Ode aan Napoleon (1806) en Afscheid (1810), de leerdichten De Geestenwareld (1811) en
De Dieren (1817), de treurspelen Floris V en Willem van Holland.
Bilderdijk gaf geschiedeniscolleges in Leiden en schreef in deze functie Geschiedenis des Vaderlands.
Bilderdijk werd door velen bewonderd en werd nog jarenlang door velen nagevolgd. 

Bijkaart, Age pseudonien van W.F. hermans

Binnendijk, D.A.M.

Blaman, Anna

Bloem J.C. (1887 - 1966)
Bloem is een van onze belangrijkste dichters. Hij werd onderscheiden met o.a.
de P.C. Hooftprijs (1950).  Hij schreef vooral gedichten, maar publiceerde ook een aantal literair-historische essays.
Bekende dichtbundels van hem zijn o.a.: Het verlangen (1921), Media Vitae (1931), Sintels (1946) en Avond (1950).
Zijn proza is verzameld in twee bundels: Verzamelde beschouwingen (1950) en Terugblik op de afgelegde weg (1954). 




Boer, Herman Pieter de

Bomans, Godfried

Bonset, I.K.

Boomsma, Joop

Boon. Louis Paul (Lodewijk Paul Aalbrecht

Bordewijk, Ferdinand  10-10-1884 / 29-41965

Borgart, Ben

Bosboom - Toussaint ,   Anna Louisa Geertruyda (1812 - 1886)
Mw. Bosboom - Toussaint heeft vooral historische romans en verhalen geschreven:
Het Huis Lauernesse (1840), de uitgebreide Leycestercyclus (1846 - 1855),
De Delftsche wonderdokter (1870). Op latere leeftijd schreef ze nog enkele moderne romans.
De bekendste hiervan is Majoor Frans (1874), een boek over vrouwenemancipatie.

Boudier - Bakker, Ina (1875 -1966)
Ina Boudier - Bakker behoort tot de gegoede burgerij en beschrijft vooral
met veel psychologisch inzicht kinder- en vrouwenfiguren:
Kinderen (1905), Armoede (1909), De straat (1924), De klop op de deur (1930),
Finale (1957)


Boutens, Pieter Cornelis

Braak, Menno ter

Brabander , Gerard den

Brakman, Willem

Brands

Brandt

Brandt Corstius

Bregstein, Philo

Breton de Nijs

Broekhuis = Reve

Brolsma, Reinder

Brouwer, abe

Brouwers

Bruggen, Carry van

Bruggen, Carry van (1881 - 1932)
Van Bruggen schreef enkele realistische romans met autiobiografische inslag:
De verlatene (1909) en 'n Badreisje naar de tropen (1909).
Later werd haar werk  wat lichtvoetiger: Het huisje aan de sloot (1921), Avontuurtjes (1922)
Vier jaargetijden (1924).


Brulez

Brusse

Bruijn, Cor

Budding'

Burnier, Andreas

Burssens, Gaston

Buysse, Cyriel

Bylsma, Jan



C

Cairo, Edgar

Cami, Ben

Campetrt, Jan



Campert, Remco




Canaponi, Patrizio



Carmiggelt, Simon



Charles, J.B.




Claes, Andreas ernest


Claus, Hugo



Clerq, René



Coenen, frans



Coolen, Anton


Corsari, Willy


Costrer, Dirk



Couperus, Louis (1863 - 1923)

Couperus is een van de belangrijkste schrijvers uit onze letterkunde. Hij werd geboren in Den Haag,
maar verhuisde al op jonge leeftijd met zijn ouders naar Java.
Hij ging naar het gymnasium in Batavia en de H.B.S. in Den Haag. Hij volgde daarna een lerarenopleiding
Nederlandse taal- en letterkunde. Hij woonde lange tijd in Italië.
Zijn belangrijkste werk is: Eline Vere (1889), Noodlot (1890), Extase (1892) en Eene illuzie (1892).
Een keus uit zijn verdere werk:
Majesteit (1893), Wereldvrede (1895), Metamorfoze (1897),
Psyche (1898), De stille kracht (1900), Boeken der kleine zielen (1901-1903),
Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan (1906), De berg van licht (1906), Antiek toerisme (1911),

De komedianten (1917), Het zevende schaakbord (1923), Het snoer der ontferming (1924).



Cuperus, Watse

Daisne, Johan

Daum, Paul Adriaan

Debrot, Cola

Decorte, Paul   Cremer, Jan

Defresne, AugustCremer, Jan


Deken / Wolff   |   Elisabeth Wolff (1738 - 1804) en Aagje Deken  (1741 - 1804).
Dit schrijfstersduo heeft vooral naam gemaakt met hun romans in briefvorm:
Sara Burgerhart ( 2 delen, 1782 ) en Willem Leevend ( 8 delen, 1784 / 1785)


Dekker, MauritsCremer, Jan

Dendermonde, Max Cremer, Jan

100

Dermout, Maria Cremer, Jan

Der Mouw Cremer, Jan

Develing, Enno

Deyssel, Lodewijk van

Dijksterhuis, Eduard Jan

Dinaux, C.J.E.

Dobru, R.

Doelwijt, Thea

Donker, Anthonie
pseudoniem van N.A. Donkersloot

Donkers, Jan

Doolaard A. den

Dorna, Mary

Dorrestijn, Hans

Dotinga, Jan

Dubois, Pierre

Duinkerken, Anton

Dullemen, Inez van

Duyn, Roel van

Eeden, Frederik van


120
Eemlandt, W.H. van

Eggink, Clara

Elburg, Jan. G

Elsschot, Willem

Emants, Marcellus

Engelman, Jan

Eyck, Pieter Nicolaas

Eyckmans, Jozef

Eyk, Henriëtte van

Eysselstein, Bernard van



Fabricius, Jan

Fabricius, Johan

Falkland, Samuel

Faro, Isaac

Faverey, Han

Fear, Ypk  FRIES

Fens, Kees

Ferdinandusse, Rinus

Ferguson, Margaretha

Foppema, Yge

Frank, Anne

Franquinet, Robert

Frenkel Frank, Dimitri

Frequin, Louis

Friedericy, Herman

Gans, Jacques

Geel, Christiaan

Geel, Rudolf

Geeraerts, Jef

150
Geerlinck, Johannes

Gelderblom, Arie

Genderen Stort, Reinier van

Gerhard, Toon

Gerhardt, Ida

Gerhard, truus

Gerretson, zie: Geerten Gossaert

Gestel, Peter van

Geyl, Pieter C.A.

Gijsen, Marnix

Gilliams, Maurice

Gomperts, Hans

Gorré Moosses. R.J.

Gorter, Herman

Gossaert, Geerten

Graft, Guillaume van der

Graftdijk, Thomas

Gresshof, Jan

groot, Jan Hendrik de

Guépin, J.

Gulik, Robert van

Gysen, René

Haan, Jacob Israël de

Haan, Josse de

Hamelinck, Jacques

Hanlo, Jan
 1912 / 1969
Experimenteel dichter. Bekendste gedichten: Tjielp en Oote,  0ote boe (ca. 1956)
 
Ik - de samensteller van deze website -  heb een aardige herinnering aan Jan Hanlo.
Eind jaren vijftig, begin jaren zestig - ik was toen ca. 16 jaar - logeerde ik in de schoolvakanties
regelmatig bij familie in Amsterdam. Mijn oom en tante dreven een kamerverhuurbedrijf / annex pension
in een groot grachtenpand aan de Prinsengracht. Vlakbij de hoek met de Leidsestraat en dus maar
enkele tientallen meters verwijderd van het Leidseplein: het culturele centrum van Amsterdam.

Dit pension werd bewoond door  ca. 15 alleenstaande dames en - vooral - heren. In de mooiste en grootste kamers,
die op de laagste verdiepingen, woonden vrijgezelle dames en heren van stand: een notaris, een advocaat,
een accountant e.d.  Inclusief ontbijt en avondeten.

Naar boventoe werden de kamers geleidelijk kleiner en eenvoudiger. Op de hoogste verdieping (de vijfde) 
woonde
- onder het schuine pannendak aan de achterkant -  Jan Hanlo in een zolderkamertje van hooguit 2 bij 3 meter.
Officieel bedroeg de huur ca. 40 gulden (18 euro) per maand, maar meestal zat Hanlo te krap bij kas om
de huur te kunnen betalen. Als tegenprestatie nam Hanlo dan enkele vlaaien mee als hij terugkwam
van een bezoek aan familie in Limburg.

Zoals gezegd ging ik regelmatig in de vakanties naar Amsterdam. Jan Hanlo was dan dikwijls afwezig.
Ik logeerde dan meestal in het leegstaande kamertje van Jan Hanlo.
En jawel hoor: van zonsopgang tot zonsondergang ging het aan één stuk door: Tjielp tjielp - tjielp . . .   !

De Mus

Tjielp  tjielp  -  tjielp  tjielp  tjielp
tjielp  tjielp  tjielp  -  tjielp tjielp
tjielp  tjielp  tjielp  tjielp  tjielp  tjielp
tjielp  tjielp  tjielp

Tjielp tjielp  -  . . . . etc.

Jan Hanlo




Harmsen van Beek

Hart, Maarten 't

Harten, Jaap

Hartog, Jan de

Hattum, Jac. van

Havank

Hazeu, Wim

Heeresma, Faber Johannes

Heeresma, Heere

Heeresma, Marcus A.

Heerikhuizen, F.W.

Heijermans, Herman

Heijermans, Hermine

hellinga, Gerben W.

Helman, Albert

Hensen, Herwig

Herberghs, Leo

Hermans, Willem Frederik

Herzberg, Abel

Herzberg Judith

Herzen, Frank

Hillenius, Dick

200

Hofland, H.J.A.

Holierhoek, Kees

Holsbergen, J.W.

t'Hooft

Hoorn, margreet

Hoornik

Hopman, Frits

Hornstra, Lieuwe

Hotz, F.B.

Houten, Boudewijn van


Houten,  Ulbe van

Huizinga, leonard

Hussem, Willem

Iependaal, Willem van

Insingel, Mark

Isacker, Frans

Ivans, J.

Jansen, Bert

Janssen, Ben

Joncheere, Karel

Jong,
A.M. de ]

Jong, Dola de

Jong, Eelke de

Jong, Hoatse de

Jong, Ine de

Jong, Oek

Jong-Keesong, E. de

Jonkman, Geart

Jousma, Anne

Joyce & Co

231


K
Eeden, Frederik van



Effen, Justus van (1684 - 1735)
Hij schreef o.a. 'Thijsbuurs os
' en 'Agnietjes',  maar hij werd vooral bekend door
zijn tijdschrift De Hollandsche Spectator (1731-1735)



Eyck, P.N.van  (1887- 1954)
Van Eyck woonde enkele jaren in Italië en werd later hoogleraar in Leiden.
Hiij schreef vooral gedichten. Enkele bundels:  De getooide doolhof (1909), Inkeer (1922) en Medusa (1947)

Feith, Rhijnvis (1753 - 1824)
Feiths werkt wordt vooral gekenmerkt door zwaarmoedigheid en het christelijk geloof.
Zijn bekendheid heeft hij vooral te danken aan twee sentimentele romans:
Julia (1783) en Ferdinand en Constantia (1785). Twee latere grote gedichten ademen dezelfde
gemoedstoestand: Het Graf (1791) en De ouderdom (1803). Hij was toen resp. 38 en 50 jaar!

Johannes Kinker ( 1764 - 1845)
Kinker speelde  vooral een rol in de literatuur door zijn kritische literaire tijdschrift  
De Post van de Helicon.
Zijn eigen werk is vooral filosofisch van aard.


Anthony Staring  ( 1767 - 1840)
Staring schreef enkele gedichtenbundels:  Gedichten (1820) en Winterloof (1832).  
Maar hij is vooral van belang door zijn  humoristische vertellingen:
Jaromir-cyclus, Marco,
De hoofdige boer, De leerling van Pankrates en De verjongingskuur.
Zijn spitse Puntdichten zijn van bijzondere kwalieit.



Hendrik Tollens (1780 - 1856)
Tollens was in zijn tijd een zeer populaire volksdichter. Hij beschrijft het huiselijk geluk en
het belang van tevredenheid.  Hij verheerlijkt het rustieke landleven boven de drukte van de stad.
Tevreden is de grootste menselijke deugd.  Hij schreef o.a. het bekende Wien Neerlands bloed.
Zeer populair werd zijn Overwintering op Nova Zembla (1819)

 
Jacob van Lennep (1800 - 1868)
Jacob van Lennep was een van de populairste schrijvers van zijn tijd. Hij was een bewonderaar
van de Engelse schrijver Walter Scott en volgde hem na in de dichterlijke verhalen
Nederlandsche Legenden (1828 - 1831).  Hij schreef enkele historische romans:  De Pleegzoon (1833),
en De Roos van Dekema (1836).  Zijn beroemdste werk is misschien wel Ferdinand Huyck (1840),
waarin hij het 18e eeuwse patriciërsleven beschrijft.

Van Lennep was een grote bewonderaar van Vondel.


Everhardus Johannes Potgieter (1808 - 1875))
Potgieter werd geboren in Zwolle, maar verhuisde al jong naar Amsterdam. Hij maakte een
reis naar Zweden, die hem sterk beinvloed heeft. Potgietrer is vooral belangrijk als oprichter
en redacteur van De Gids, het belangrijkdte literaire tijdschrift van deze periode.


Jan Frederik Oltmans ( 1806 - 1854)
Oltmans was lange tijd lid van de Gids-redactie. op jonge leeftijd schreef hij al twee omvangrijke
historische romans.  Eerst Het slot Loevestein (1834) en enkele jaren daarna De Schaepherder (1838).
Hij was enkele jaren lid van de redactie van De Gids




Hendrik Conscience (1812 - 1883)
Consciense werd geboren in Antwerpen. Hij werd - vooral met met zijn historische romans -
de populairste schrijver van België: De Leeuw van Vlaanderen (1838), Jacob van Artevelde (1849).
Op latere leeftijd schreef hij nog enkele dorpnovellen: De Loteling (1850), Baes Gansendock (1850).



Conrad Busken Huet (1826 - 1886)
Busken Huet studeerde theologie - evanals Beets - in Leiden en was enkele jaren predikant in Haarlem.
Na enkele jaren legde hij dit ambt neer omdat hij zich vond dat bijbelkritiek mogelijk moest zijn.
Hij schreef enkele novellen: Groen en Rijp (1854) en Schetsen en Verhalen (1858). Maar al gauw richtte hij
zich vooral op het schrijven van literaire kritieken en literaire geschiedschrijving.
Vanaf 1862 was hij vaste medewerker van het literaire tijdschrift De Gids. Na zijn breuk met dit tijdschrift
in 1865 schreef hij de roman Lidewyde (1868). Vanaf ditzelfde jaar begon hij ook weer met zijn literaire
kritieken. Ze werden verzameld in Litterarische Fantasiën en Kritieken. 


Eduard Douwes Dekker / Multatuli  (1820 - 1887)
Eduard Douwes Dekker werd geboren in Amsterdam en vertrok op zijn 18e jaar naar Indië.
Hij begon daar als kantoorbediende, maar werkte zich op tot assistent-resident in Ambon (vanaf 1852).
Vanaf 1856 bekleedde hij dezelfde functie in Lebak. In 1856 nam hij ontslag na een conflict
met zijn meerderen. Hij zwierf een tijd door Europa en leidde vanaf 1860 een armoedig bestaan in Amsterdam.
Hij werd in 1860 in één keer beroemd met zijn Max Havelaar, een autobiografische roman.
Hij komt hierin hartstochtelijk op voor de erbarmelijk positie van de arme inlanders.
De laatste jaren van zijn leven woonde hij in Duitsland. Hij stierf in 1887 in Nieder-Ingelheim.
Behalve de Max Havelaar schreef hij o.a. nog: Minnebrieven (1861), de reeks Ideën (1862 - 1877),
Woutertje Pieterse (1862-1864 en 1871-1877), Duizend-eneenige hoofdstukken over specialiteiten (1871) en Milloenenstudiën (1873).


Francois Haverschmidt / Piet Paaltjens (1835 - 1894)

Francois Haverschmidt
schreef de fijnzinnige verhalenbundel Familie en Kennissen (1876).
In zijn studententijd had hij reeds onder de schuilnaam Piet Paaltjens de romantische bundel
Snikken en Grinlachjes (1867) gepubliceerd.


Guido Gezelle (1830 - 1899)
Guido Gezelle werd in Brugge geboren. Hij volgde een priesteropleiding in Roeselare en Brussel.
Hij was leraar en onderpastoor. Gezelle heeft zeer veel gedichten geschreven.
We noemen hier slechts: Kerkhofblommen (1858), Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897).


Marcellus Emants (1848 - 1923)
Emants behoort tot de belangrijke schrijvers van zijn tijd. Hij schreef gedichten,
toneelstukken en proza. Zijn werk heeft dikwijls een pessimistische grondtoon.
Zijn belangrijkste werk: Een nagelaten bekentenis (1894), Vijftig (1899), Inwijding (1901),
Waan (1905) en
Liefdeleven (1916).


Frederik van Eeden (1860 - 1932)
Frederik Willem van Eeden werd in Haarlem geboren. Hij studeerde medicijnen en richtte
zich vooral op de psychiatrie. Als idealist stichtte hij de kolonie (commune) Walden.
deze was helaas tot mislukken gedoemd.
Zijn belangrijkste werk: De kleine Johannes (3 delen)/1900-1906), Van de koele meren des doods (1900),
De nachtbruid (1909),
Het beloofde land (1909), Pauls ontwaken (1913), Het lied van schijn en wezen (1895-1922), 
De heks van Haarlem (1915), Het rode lampje (1921).


Jacobus van Looy (1855 - 1930)
Jacobus van Looy werd geboren in Haarlem. Hij was aanvankelijk schildersknecht, maar hij ging op
22-jarige leeftijd alsnog naar de Academie voor Beeldende in Amsterdam. Vanaf 1886 publiceerde hij
novellen in de Nieuwe Gids.
In 1889 werden deze verhalen  in boekvorm uitgegeven: Een stierengevecht, De hengelaar,
De dood van mijn poes, De nachtcactus e.a.

B
elangrijk werk van latere datum is o.a.: Gekken (1892), Feesten (1903), Jaapje (1917),
Jaap (1923) en
(Jakob (1930).     




  
Herman Heijermans (1864 - 1924)
Heijermans is zonder twijfel de belangrijkste toneelschrijver van zijn generatie.
Zijn belangrijkste werk: Ghetto (1898), Op hoop van zegen (1900), Ora et Labora (1902),
Glück auf (1911), Eva Bonheur (1918). 



Augusta de Wit (1864 - 1939)
Augusta de Wit werd geboren in Nederlands Indië (Sumatra)
en bracht daar ook haar eerste levensjaren door.
Haar bekendste werk: Verborgen bronnen (1898),Orpheus in de dessa (1902),
Het dure moederschap (1907).



Stijn Streuvels  (1871 - 1969)
[ België ]
Sijn Streuvels was een neef van Guido Gezelle. Hij was oorspronkelijk
pastijbakker, maar groeide uit tot een van Belgisch grootste schrijvers.
Zijn bekendste werk: Zomerland (1900), Langs de wegen (1902), De Vlaschaard (1907),
De teleurgang van den Waterhoek (1927).
 



Herman Teirlinck (1879 -  1967) [ België ]
Herman Teirlinck was een van de eerste Belgische schrijvers
die zich afkeerde van het naturalisme. Hij schreef o.a. de
psychologische roman 't Bedrijf van het kwade (1904), het ironische
Mijnheer Serjanszoon, Het ivoren aapje (1909), Marie Speermalie (1940),
Het gevecht met de engel (1952)
en tenslotte de psychologische
roman Zelfportret of Het Galgemaal (1957).

Deken / Wolff   |   Elisabeth Wolff (1738 - 1804) en Aagje Deken  (1741 - 1804).
Dit schrijfstersduo heeft vooral naam gemaakt met hun romans in briefvorm:
Sara Burgerhart ( 2 delen, 1782 ) en Willem Leevend ( 8 delen, 1784 / 1785)




Arthur van Schendel (1874 - 1946)
Van Schendel is een van onze succesvolste auteurs. Hij schreef vooral
romantisch getinte, avontuurlijke romans en verhalen: Een zwerver verliefd (1904),
Een zwerver verdwaald (1907), Het fregatschip Johanna Maria (1930),
De waterman (1933), Een Hollandsch drama (1935), De werels een dansfeest (1938).



Aart van der Leeuw (1876 - 1931)
Van der Leeuw schreef romantische gedichten en filosofisch getinte verhalen,
maar hij is vooral bekend geworden door twee fijnzinnige romans:
Ik en mijn speelman (1927) en De kleine Rudolf (1930).


P.H. van Moerkerken (1877 - 1951)

Van Moerkerken heeft vooral naam gemaakt met zijn historische romans.
Zijn bekendstewerk: De ondergang van het dorp (1913), De bevrijders (1914) en
 de cyclus: De gedachte der tijden (1918 - 1924)
 
 

Nico van Suchtelen(1878 - 1949)
Van Suchtelen studeerde in Amsterdam en Zurich scheikunde, rechten, psychologie en
filosofie. Hij was behalve schrijver ook journalist en en uitgever.
Naast  een aantal gedichten en enkele toneelstukken schreef hij o.a. de romans
Quia absurdum (1906) en De stille lach (1916).


J.A. der Mouw  (1863 - 1919)
Der Mouw heeft zich vooral bezig gehouden met filosofie. Pas na zijn 60e jaar
ging hij gedichten schrijven, vooral sonnetten. Zijn werk is gebundeld in
6 delen Verzamelde Werken (1947 - 1951).


Jacob Israël de Haan (1881 - 1924)
De Haan was de zoon van een joodse godsdienstleraar en de broer van Carry van Bruggen.
Hij was onderwijzer en later jurist. In 1919 werd hij lector aan een juristenopleiding in Palestina. 
In 1924 werd hij in Jeruzalem vermoord.
Hij schreef o.a.: Patologieën, Het Joodsche lied (1915 / 1921)

 

Geerten Gossaert (1884 - 1958)
Gossaert was hoogleraar in de koloniale geschidenis en schreef o.a.:
 Experimenten (1911) en Essays (1947)




A. Roland Holst (1888- 1976)
Roland Holst  is vooral bekend geworden door zijn vele gedichten. Hij was 14 jaar lid van de redactie  van
het toonaangevende literaire tijdschift
De Gids.

Roland Holst schreef  een reeks dichtbundels, o.a. Verzen (1911) , Voorbij de wegen (1920), De wilde kim (1925)
Een winter aan zee (1937),  Onderweg (1940).

Tot zijn proza behoren o.a.: Deirdre en de zonen van Usnach (1920), De afspraak (1927) en Uit zelfbehoud (1938)  


Wolff / Deken
Elisabeth Wolff (1738 - 1804) en Aagje Deken  (1741 - 1804).
Dit schrijfstersduo heeft vooral naam gemaakt met hun romans in briefvorm:
Sara Burgerhart ( 2 delen, 1782 ) en Willem Leevend ( 8 delen, 1784 / 1785)